07. Zondag bij een Palestijnse familie

Afgelopen zondag was ik door de directeur van ons YMCA-kantoor uitgenodigd om met zijn familie mee te gaan naar de Grieks-orthodoxe kerk in Beit Jala, een oud dorp vlakbij Bethlehem, en daarna de lunch bij hem thuis te gebruiken. Ik voelde me vereerd! Uiteraard aanvaardde ik deze uitnodiging gaarne.

Naar de kerk

Zo kon het gebeuren dat ik op zondagochtend om half tien met hem en zijn familie ter kerke ging. Na al mijn ervaringen in Jeruzalem en op de Westoever had ik met opzet een rok tot op mijn enkels aangetrokken, plus een oerdegelijke, oversized blouse met lange mouwen (ja ja, ik ontwikkel hier een geheel nieuwe dresscode). Ditmaal bleek dat echter helemaal niet nodig te zijn. Toen ik in de – volledig met gouden iconen behangen – kerk aankwam, zag ik overal meisjes met superstrakke shirtjes, decolletés, en zelfs rokken die slechts tot de knieën kwamen! Ze wekten eerder de indruk dat ze naar de discotheek zouden gaan dan naar een kerkdienst; verrassend.

In de kerk zaten de vrouwen links, de mannen rechts. Het was stampvol. Daardoor kon ik niet bij de echtgenote van de directeur en haar dochtertje zitten. Ze dirigeerde me naar een andere bank, waar een familie zat die ze kende. Ze vroeg aan die mensen of ik bij hen mocht aanschuiven. Dat kon. Typerend: er was geen sprake van dat ik aan het uiteinde van de bank zou zitten. Want dat doe je niet met een gast. Ik werd echt tussen de familieleden geïnstalleerd.

Er werd veel en uit volle borst gezongen. Verder gebeurde er van alles met bebaarde mannen die kwistig met wierook in het rond zwaaiden. Wat ze precies uitvoerden was echter moeilijk te zien. Ze stonden namelijk op het altaargedeelte van de kerk – en nota bene met de rug naar het gepeupel toe. Het kerkvolk moest dus maar raden wat er gebeurde, en in ootmoet toekijken wat die mannen allemaal voor heiligs deden. Dat vond ik echt gek om te zien!

Voor het eind van de viering stond het avondmaal op de agenda. Er was geen wijn of iets dergelijks; er was alleen brood. De bebaarde heren – priesters? patriarchen? – en een schattige veertiger met het syndroom van Down hielden grote schalen met hoop opgestapeld fors uitgevallen stukken brood vast. Wie wilde kon een portie brood halen. Een portie? Ja, want ze waren niet zuinig! Alle kerkgangers maakten een kom van hun handen en kregen daar vervolgens twee of drie brokken brood in gegooid. Daar was je wel even zoet mee!

… En bij de familie thuis

Na de viering gingen we naar het huis van mijn gastheer in Beit Jala. Hij is goed gefortuneerd, en woont in een groot en comfortabel huis. Toch deelden twee van zijn dochters een slaapkamer. De derde sliep op één kamer… met haar grootmoeder. Dat werd daar als de normaalste zaak van de wereld beschouwd.

Ik werd als een prinses ontvangen! Eerst kreeg ik een rondleiding over het familieterrein. Op een steenworp afstand van hun huis bevonden zich huisjes van een oom, een broer, enzovoorts. Zoals vele Palestijnse families waren ook hier de familiebanden hecht. Verder mocht ik een paprika plukken en kreeg ik vervolgens vers van de boom amandelen. Ik had nog nooit in m’n leven een amandel in de schil gezien! En nu kon ik er zomaar een paar opsmikkelen. Heerlijk! Ook plukte mijn gastheer een granaatappel en een vijg voor mij. Zo lekker! En bijzonder, dat hij die voor m’n neus van de boom plukte. Ook in dat opzicht is het hier echt een andere wereld.

De lunch bestond uit druivenbladeren en minicourgettes, gevuld met rijst en lamsvlees. Dat was ook werkelijk smullen geblazen. Het was allemaal zo lekker gekruid! Totaal anders dan wat ik ken, maar overheerlijk. Verder was ik ontroerd door de hartelijkheid waarmee de hele familie (inclusief grootmoeder) zich over mij ontfermde. Iedereen was zo aardig en voorkomend! Verder zei de vrouw des huizes onder het eten dat ze graag als een familie voor me wilden zijn, dat ik nu ‘at home’  was. Zo lief! Ik blijf het bijzonder vinden, hoe on-ge-loof-lijk gastvrij de Palestijnen zijn.  Een wereld van verschil met de Nederlandse cultuur.

Ik ging ervan uit dat de lunch tegen tweeën wel afgelopen zou zijn, en dat ik ergens rond die tijd weer thuis zou zijn. Nou, niet dus. Na de lunch kwam een rondleiding door het huis. Op een gegeven moment kwamen we bij het dak uit. Daar stonden een paar enorme metalen tanks op; iets wat me al veel vaker was opgevallen. Ik vroeg waar die voor dienden. Wat bleek? Het waren watertanks. De Palestijnen hebben namelijk lang niet altijd de beschikking over stromend water. Meestal was er een keer in de twee weken een paar uur water beschikbaar. Onlangs had het zelfs al drie weken geduurd voordat er weer water kwam.

Water

Dat heeft te maken met de Israëlische waterpolitiek. Israël is in principe een kurkdroog land. Het zou een woestijn zijn als er geen water werd rondgepompt. Er zijn slechts drie plekken in het land waar bronnen zijn. Die plekken bevinden zich op de Westoever. De Israëliërs hebben op die plekken – zwaar bewaakte – installaties gebouwd, die het water naar Israël en de Palestijnse gebieden pompen. Er is alleen één maar: de Israëliërs hebben onbeperkt de beschikking over stromend water, terwijl de Palestijnen dus sterk beperkt worden. De gemiddelde Israëlische burger verbruikt derhalve acht keer zoveel water als de gemiddelde Palestijn. Nog een punt: de Palestijnen betalen 1.4 keer zoveel als de Israëliërs per kubieke meter water – en dat terwijl de levensstandaard in de Palestijnse gebieden een stuk lager is dan in het joodse gedeelte.

Dit is iets wat veel frustratie en boosheid veroorzaakt onder de Palestijnse bevolking. De Palestijnen hebben het gevoel dat de Israëliërs hun water stelen. Immers, het komt uit Palestijns grondgebied. En de beschikbaarheid van water is een essentiële levensbehoefte. Iedereen probeert er nu maar het beste van te maken. Hoe doen ze dat? Door die grote tanks op hun daken als de wiedeweerga met water te vullen zodra de kraan opengaat. Sterker nog: mijn gastheer zette meteen een motor aan – om het water uit de kraan rechtstreeks en in hoog tempo naar de tanks op het dak te pompen.

Wat een schril contrast met de situatie in de joodse gebieden. De joodse nederzettingen op de Westoever zijn oases van groeiende en bloeiende planten – in stand gehouden door intensieve irrigatie. In Haifa, waar ik donderdag en vrijdag verbleef, groeide er zelfs flink gras op vijftig meter van de zee. Dat zal ook wel niet het werk van moeder natuur zijn. Verder waren er minstens tien douches vlakbij de zee, om je af te spoelen. Op zich hartstikke lekker natuurlijk. Je kreeg een geweldige plens fris water over je heen zodra je aan het touwtje van de douche trok. Maar dat alles kreeg een wrang bijsmaakje, toen ik zag hoe mijn gastheer de motor van de waterpompinstallatie aanzette om zijn tanks met water te vullen, en een vriend belde om te laten weten dat de kraan open was.

Na de rondleiding door zijn huis gingen we aan de saliethee: zwarte thee met een handvol gedroogde salie erin. Dat is één van mijn favoriete dranken hier. Mijn gastheer liet me niet gaan voordat ik de zelfgeplukte paprika in m’n tas had gestopt en een enorme glazen pot met gedroogde salie had aanvaard. Maar daar kwam vervolgens nog een handvol verse salie uit de tuin bij, en nota bene een forse pot zelfgemaakte zuidvruchtenjam. En dat terwijl ik al een hele ochtend en middag in de watten was gelegd! Ongelooflijk, hoe vrijgevig die mensen waren. Ik voelde me zelfs een beetje bezwaard. Maar dat zag mijn gastheer. Hij zei: “You really don’t need to feel embarraced! It’s just the culture here. It’s normal to share your things with your friends. So just take it! You will share it with your friends in Beit Sahour again.” Zo lief! Na beloofd te hebben dat ik gauw nog eens weer langs zou komen, brachten ze me eindelijk naar huis…

Responses

  1. Lieve Sytske

    Wat een prachtig verhaal, de betrokkenheid en de gastvrijheid van de mensen daar, spettert er echt van af.

    Ik kan alleen maar bedenken dat jij enorm geniet van dit avontuur en dat vind ik prachtig om te lezen. Je weblog houd ik zeker in de gaten. Blijf ondanks de tegenstelling die je vast nog vaker zult tegen komen, altijd genieten én delen met hen die je dierbaar zijn. Op die manier kun je ook al heel veel voor de vrienden die je daar maakt betekenen

    Het allerbeste weer toegewenst en tot de volgende weblog!

    Lieve groeten,
    Renate

  2. Hoi Sytske,

    dit ziet er zeer professioneel uit, complimenten!
    Nog heel veel plezier in je heilige land. Ik schrijf je nog.

    Elisabeth


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: