05. Soldatenspelletjes en een Palestijnse zelfmoordterroriste

Deze bijdrage schrijf ik vanuit een Palestijnse jongensslaapkamer. Er staan drie bedden in, en een flinke kledingkast. Deze familie, die in een vierkamerappartement woont, telt namelijk acht zoons en twee dochters. Hoe ik hier verzeild raakte? Ik heb gisteren de kabel van mijn laptop op het YMCA-kantoor laten liggen, en nu is natuurlijk de accu leeg.

Maar mijn hoofd loopt over van de verhalen die ik vandaag heb gehoord. Toen ik in de buurt van de YMCA een Palestijnse jongeman aantrof die mij zijn computer aanbood, hoefde ik dus niet lang na te denken. Ik ging met hem mee, werd meteen op thee onthaald door zijn ouders en zit nu dus te tikken.

De afgelopen dagen was ik vaak in Jeruzalem, op stap met Janneke en haar vriend Roel. Vandaag besloot ik eens lekker in Beit Sahour te blijven en gewoon te niksen. Aldus geschiedde. Tegen zonsondergang besloot ik nog even een wandelingetje te maken. Na een kwartiertje wandelen belandde ik op een doodlopende weg. Aan het eind ervan had je een prachtig uitzicht over de zandgele bergen. In de avondlucht hoorde je niets dan de wind; de stilte werd slechts zo nu en dan doorbroken door het gezang vanuit verre moskees. Omringd door nieuwsgierige, donkerogige Palestijnse kinderen heb ik daar een hele tijd gezeten. Pas toen het helemaal donker was geworden, besloot ik terug te keren.

Op de avondthee bij een Palestijnse familie

Ik had me nog niet omgedraaid om me weer in de bewoonde wereld te begeven, of ik werd al door een (andere) Palestijnse jongeman uitgenodigd op de koffie.  Hij zag er sympathiek uit.  Wetende dat alle Palestijnen óf nog bij hun ouders wonen, óf getrouwd zijn, besloot ik zijn uitnodiging aan te nemen. In Nederland zou ik dat niet zomaar doen. Maar hier zijn de mensen supergastvrij. Ze beleven er echt plezier aan om gasten te ontvangen. Dus waarom zou ik het niet doen?

Na nog even gecheckt te hebben of zijn familie er was, stapte ik achter hem aan zijn tuin in. Dat bleek een prachtige patio te zijn, met palmbomen en een exotische tuin. Zodra ik daar een voet over drempel had gezet, stroomden er van alle kanten bevallige broers en zussen, de meesten tussen de achttien en dertig, toe.  Ook deze (islamitische) familie bleek rijk aan nageslacht te zijn: ze telde twaalf telgen. Algauw werd het een gezellige bedoening. We zaten met een man of acht om de tafel en de thee vloeide royaal. We maakten eerst grapjes over hoe het is om in een grote familie te leven. Nu het ramadan was, was de hele familie uit alle hoeken en gaten van de Westoever bijeengekomen om samen te vasten en ’s avonds een feestelijke maaltijd te verorberen. “Maar”, zo verklapte Ahlam, een jonge, beeldschone sociaal wetenschapster mij, “het is echt niet altijd alleen maar gezellig! We hebben ook vaak ruzie over allerlei kleine dingetjes.” Ik, grinnikend: ” Zoals over wie de afstandsbediening mag beheren?” Toen barstte er een waar lachsalvo los. Het feest der herkenning! De stemming zat er dus goed in.

Duivelse soldatenspelletjes

Op een gegeven moment nam het gesprek een serieuzer wending. Eén van de broers studeerde aan de universiteit van Hebron. Hij werd echter zo vaak dwarsgezeten door Israëlische soldaten – geslagen en bedreigd als hij het checkpoint bij Hebron langskwam, uren moeten wachten – dat hij naar Jordanië is gegaan om daar zijn opleiding te vervolgen. Toen vertelde Ahlam over iets wat tijdens de tweede intifada, in 2004, in Hebron gebeurde. Een aantal Israëlische soldaten had een spelletje bedacht waar de inwoners van Hebron aan mee mochten doen. Ze hadden een soort grabbelton gemaakt, waarin ze propjes papier hadden gestopt. Wanneer een inwoner van Hebron werd aangehouden, moest diegene – of hij/zij nu wilde of niet – aan het spelletje meedoen, en een lootje trekken. Dat werd ter plekke uitgevouwen. Wat stond er zoal op zo’n papiertje? ‘Gebroken been’. ‘Trap in rug’. ‘Hoofdwond’. ‘Gebroken arm’. Wat er op dat propje papier stond, werd vervolgens door de soldaten in praktijk gebracht.  Dit duivelse spelletje heeft twee inwoners van Hebron zelfs het leven gekost – aangezien ze helaas een briefje trokken waar ‘Dood’ op stond.

Ik werd er helemaal naar van toen ik dit hoorde. Het schijnt oud nieuws te zijn; volgens de familie waar ik te gast was heeft dit destijds de wereldpers gehaald. Welnu, aan mij is het voorbij gegaan. Daarom schrijf ik het nu alsnog op.

Hoe kunnen mensen zo wreed zijn? Ik had bij joden altijd de automatische associatie dat zij eeuwenlang slachtoffers zijn geweest. Slachtoffers van vervolging en massamoord. Hoe kunnen de nakomelingen van deze mensen zulke dingen doen?

De Palestijnse zelfmoordterroriste

Ahlam vertelde nog iets. Toen zij nog studeerde, kende ze een medestudente; een sympathiek en oogverblindend mooi meisje, met lange donkere haren, gek op haar verloofde. Op een dag zat ze samen met hem in een auto – toen de auto werd gebombardeerd door Israëlische soldaten. Haar vriend kwam om het leven; zij mankeerde weinig. Die gebeurtenis greep haar zo aan dat het leven voor haar geen zin meer had. Een paar dagen later besloot zij zichzelf op te blazen. Op het allerlaatste moment deinsde ze terug; ze durfde het toch niet. Toen werd ze echter opgepakt door het Israëlische leger. Inmiddels zit ze al bijna zeven jaar in de gevangenis. Het is niet duidelijk wanneer en of ze ooit vrij zal komen.

Ahlam kon het eerst nauwelijks geloven toen ze hoorde wat dat meisje gedaan had. Ze had dat nooit ofte nimmer van haar verwacht. Maar dat meisje was kennelijk de wanhoop al voorbij. Zo kunnen mensen dus tot zelfmoordaanslagen komen.

Na deze huiveringwekkende verhalen vond ik het bijzonder hoe de broers en zussen achter hun thee zaten en toch levensvreugde ervoeren. En, minstens zo indrukwekkend: ze waren niet haatdragend jegens Israëliërs in het algemeen. Ahlams oudste broer: “We kennen ook joden die een goed hart hebben. Er zijn joodse Israëliërs die het voor ons opnemen en ons willen helpen. Het probleem ligt bij de Israëlische overheid; het politieke systeem. En helaas zijn dat de plekken in de samenleving waar het geld en de macht ook ligt.” De rest knikte instemmend.

Om dat te horen vanuit de mond van een Palestijnse familie die zelf ook getroffen is door Israëlisch geweld – dat vond ik niet niks. Er is kennelijk nog hoop voor de wereld…

Responses

  1. Ha Sytske, wat een indrukwekkende verhalen zeg. En wat goed dat je dit doet, hulpverlenen op vrijwillige basis. Carriere maken kan altijd nog (als je dat al zou willen 😉 Ik denk aan je en wens je moed en kracht tijdens al je werkzaamheden!
    Lieve groet, Olga (uit de EUG)


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: