11. Een dag in Hebron (met foto’s!)

Vandaag was ik met Joyce door een Belgische vrijwilliger, een docente Frans van zesentwintig jaar uit Wallonië, uitgenodigd om mee te gaan naar Hebron. Na een adembenemende rit van een dik half uur door de bergen rondom Bethlehem – zowel wat betreft de snelheid en het rijgedrag van de chauffeur als de omgeving – arriveerden we in Hebron.

Hebron is berucht, en niet voor niets. Hoewel de stad groot is en tot het economische hart van de Westoever behoort, staan de neuzen er bepaald niet dezelfde kant op. Er wonen ruim 190.000 moslims en een paar duizend kolonisten. Het conflict voel je op iedere straathoek. De stad is vergeven van de militairen. Er zijn regelmatig incidenten waarbij Israëlische soldaten Palestijnen mishandelen of zelfs onder vuur nemen. Verder is de stad rigoureus opgedeeld in afgescheiden zones voor Palestijnen en voor joden.

De blinde agressie van kolonisten

We maakten een wandeling door de oude stad. Overal zagen we netten boven de straten. Waarom? De reden bleek te zijn dat veel joodse kolonisten vanuit hun huizen de Palestijnen op straat bekogelden met stenen en huisvuil. Die netten lagen inderdaad vol stenen, lege wijnflessen en zelfs brokken beton. Ze leken dus nut te hebben. Maar niet genoeg. Nu de kolonisten de Palestijnen niet meer konden raken met stenen, gooiden ze afvalwater en zelfs bijtend zuur naar beneden. Wat was hier in vredesnaam aan de hand?

Geschiedenis en religieuze betekenis van Hebron

Dit alles heeft een lange voorgeschiedenis. Net als Jeruzalem is Hebron is voor joden, christenen én moslims een bijzondere stad. De graftombes van hun aller aartsvader Abraham, plus zijn echtgenote Sara, zoon Izaäk, schoondochter Rebecca, kleinzoon Jacob en zijn vrouw Lea bevinden zich namelijk in een prachtig bouwwerk binnen de stadsmuren. Dit gebouw stamt waarschijnlijk uit de Romeinse tijd en is tot op de dag van vandaag nog als moskee en synagoge in gebruik.

Al eeuwenlang werd Hebron bevolkt door Arabieren. Vanaf de zestiende eeuw kwamen daar Moren en joden bij, die er hun toevlucht zochten nadat ze uit Spanje waren verdreven. Ze vonden een veilige haven. Ook Russische en later Jemenitische joden vonden er een goed onderkomen. Ze maakten zich de Arabische taal eigen en gingen op in de maatschappij. Begin deze eeuw was er zelfs een groep van een man of driehonderd die zichzelf  ‘Palestijnse joden’ noemde.

In de jaren dertig vonden er regelmatig rellen plaats tussen Palestijnen en zionistische joden. Ook in Hebron ging het op een gegeven moment flink mis. Palestijnen richtten een slachtpartij aan onder de joden. Maar: in tegenstelling tot de zionisten bleven de Palestijnse joden vrijwel geheel buiten schot. Hun islamitische stadsgenoten namen hen in bescherming en brachten hen onder in hun huizen. Er bestond dus duidelijk een broederschap tussen de islamitische en joodse Palestijnen.

De eerste nederzetting in Israël

Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar een eind aan. Palestina werd overspoeld door honderdduizenden joden die uit alle hoeken van Europa en de Verenigde Staten kwamen. Sindsdien was Israël betrokken bij diverse oorlogen; de spanning liep steeds hoger op. Hebron – met al haar graftombes – oefende duidelijk aantrekkingskracht uit op sommige joden. In 1968 gebeurde er iets nieuws: een groep Amerikaanse joden bezette een hotel middenin Hebron en verklaarde dat het met onmiddellijke ingang door hen geconfisqueerd werd. Hoe reageerde de Israëlische regering toen? Ze stuurde het leger erop af om de joodse bezetters te beschermen tegen de Palestijnse inwoners van Hebron. Daarmee was de eerste joodse nederzetting in Israël een feit.

Spanning ontaardt in bloedbad

Elf jaar later, in 1979, stichtten de joden de tweede nederzetting in Hebron. Langzaam maar zeker groeide het aantal nederzettingen. In Hebron was de spanning dikwijls te snijden, omdat de joden zich te midden van de Palestijnen verschansten, er een steeds grotere Israëlische legermacht de straten bevolkte om de joodse kolonisten te beschermen, enzovoorts. In 1994 ontaardde dat in een gruwelijke gebeurtenis. Toen de Palestijnen hun vrijdaggebed in het historische heiligdom hielden, rende er een extremistische jood naar binnen en opende met een automatisch geweer het vuur op de aanwezigen. Er werden achtenveertig moslims gedood. Een veelvoud raakte gewond.

… ook onder Palestijnse bloeddonoren

Maar het kon nog erger. De Israëlische regering stelde onmiddellijk een avondklok in, om de rust enigszins weder te laten keren. Tegelijkertijd werden in de Palestijnse media oproepen gedaan aan alle inwoners van Hebron om zo veel mogelijk bloed te geven voor de gewonden. Een menigte van wel driehonderd man begaf zich richting het ziekenhuis  – óók na de avondklok. Weliswaar wilde het leger de spanningen niet nog groter maken. Maar de avondklok wilden ze toch handhaven. Zo kon het gebeuren dat een deel van de wachtenden in hun been geschoten werd. Overigens kwamen hierbij ook meerdere Palestijnen om het leven.

En nu? Wat een Palestijnse familie te verduren krijgt

Op dit moment is de situatie in Hebron nog allesbehalve rooskleurig. Vanmiddag brachten we een bezoek aan het huis van een Palestijnse familie.  Ruim tien jaar geleden besloten kolonisten om op de heuvel vlak boven hun huis een nederzetting te bouwen. Als je vanuit de achtertuin van deze familie omhoog keek, zag je op ongeveer acht meter hoogte een aaneenschakeling van veredelde bouwvakkersketen. Daarin woonden hele joodse gezinnen. Het was en is de bedoeling dat deze familie haar huis verlaat voor deze mensen.

De kolonisten hebben allerlei methoden om dat duidelijk te maken. Zo hebben ze diverse malen hun ramen ingeslagen. Ze zijn hun huis binnengedrongen en hebben de huisraad van deze familie kort en klein geslagen. De man, zijn echtgenote en de kinderen worden met de regelmaat van de klok bedreigd. En dat zijn geen loze dreigementen: de kolonisten lopen met automatische geweren rond, terwijl Palestijnen al opgepakt kunnen worden als ze slechts een keukenmes in de la hebben liggen.

Dit alles was al nauwelijks te bevatten. Maar er gebeurde nog meer. De kolonisten gooiden namelijk regelmatig van alles naar beneden. De tuin van deze familie lag vol stenen en vuilnis. Eens smeten ze zelfs een oude wasmachine naar hun huis. Deze belandde een meter of twee van het huis in de tuin. Wat was er gebeurd als de heer des huizes of een ander gezinslid was geraakt?

De wasmachine lag als een zwijgende getuige van de haat van hun bovenburen op de grond. Daarachter wapperde tussen de stenen en het huisvuil gebruikt toiletpapier in de struiken. Toen ik om het huis heenliep zag ik iets geks. Er waren druivenranken, maar de stammen leken boven de grond te zweven. Dat bleek gezichtsbedrog: de stammen waren systematisch doorgeknipt.

Videomateriaal

Vervolgens liet de heer des huizes een video zien. Een Zweedse vrijwilliger had die met een verborgen camera gemaakt. Op de film was te zien hoe Palestijnse kinderen naar school liepen – en hoe ze door joodse kolonistenkinderen geschopt en geslagen werden. Er stonden Israëlische soldaten bij. Ze staken geen vinger uit om de Palestijnse kinderen te beschermen.

Eén van hun bovenburen werd onlangs geïnterviewd voor een BBC-documentaire. Hij had een sticker op de muur met ongeveer de volgende tekst:”Alle Palestijnen moeten dood. Ik heb er al vele vermoord. En hoe veel jij?”

Ik zag beelden van een joodse vrouw, die geïnterviewd werd tijdens hoogoplopende schermutselingen met Palestijnen. Volkomen over haar toeren gilde ze:”Dit is ons land! De Palestijnen moeten weg!” En toen, op sarcastische toon:”Maar de joden verdienen geen land! De joden hebben geen rechten! De joden worden er altijd uitgegooid! De joden worden vermoord!” Zo ging ze maar door. Al haar – historisch gezien terechte – frustratie stortte ze uit over degenen die er het minst van iedereen mee te maken hadden: de Palestijnen.

Ook zag ik opnamen van een andere joodse vrouw. Eerst werd ze openlijk geïnterviewd over haar visie op Hebron. Met een serene, vreugdevolle glimlach vertelde deze jonge vrouw hoe ze droomde van een joods Hebron. Op blijmoedige toon liet ze weten dat dat ook niet lang meer zou duren. Wat deze vrouw zei was keihard – maar haar uitstraling was zo zacht. Dat was een wonderlijke combinatie.

Even later volgde er een fragment met een verborgen camera. Weer zag ik deze vrouw, glimlachend en wel. Maar ditmaal was de situatie anders: ze had een jonge Palestijnse moslima opgesloten in een soort (veiligheids-)kooi, waarvan je er vele hebt in het joodse gedeelte van Hebron. Ze liep om de kooi heen en zei op zangerige toon in het Arabisch:”Je bent een hoer.” Keer op keer herhaalde ze deze woorden.  Voor Palestijnen is dit een grove belediging; te meer wanneer ze islamitisch zijn. De Palestijnse ontplofte bijna. Maar ze kon niets doen, want ze was opgesloten. Een paar meter verderop stond een Israëlische soldaat. Hij leunde achterover en keek toe.  De Palestijnse riep:”Help mij! Kijk wat ze doet! Je ziet het toch! Help mij!” De soldaat deed niets.

Met name op vrijdagavond en zaterdag hadden de Palestijnen het zwaar te verduren. Wat was de reden? De joden hadden dan vrij – dus de kolonisten hadden dan alle tijd van de wereld om de Palestijnen te terroriseren. En dit dus in de naam van hun God en de Tora.

Tekenen van hoop

Het was onvoorstelbaar hoe rustig de heer des huizes zijn verhaal deed. Soms laaiden de emoties op; bijvoorbeeld toen hij vertelde dat zijn vader acht maanden geleden overleden was – en dat hij twee uur bij met zijn stoffelijk overschot bij het checkpoint werd vastgehouden. “Dachten ze soms dat ik wapens onder zijn lichaam zou verbergen?!”

Maar voor de rest bleef hij bewonderenswaardig kalm. Hij vertelde dat hij intensief contact had met Israëlische vredesactivisten, organisaties zoals Breaking the Silence, een beweging van oud-soldaten die een boekje opendoen over wat het Israëlische leger voor wandaden begaat, en internationale politici.

Met één contact was hij bijzonder blij. Op een gegeven moment had hij een jonge, Amerikaans-joodse vrouw zover gekregen dat ze langs wilde komen in Hebron om zijn verhalen te horen én zijn beeldmateriaal te zien. Voorheen doneerde zij, zoals zoveel Amerikaanse joden doen, gedachteloos geld aan joodse kolonisten. Nu ze met eigen ogen had gezien wat er in werkelijkheid gebeurde, was ze tot het inzicht gekomen ‘dat die kolonisten knettergek zijn’. Ze heeft haar financiële steun stopgezet. Maar, nog veel belangrijker: ze gaat nu zelf een reis naar Hebron organiseren voor Amerikaanse joden die de kolonisten sponsoren.

Zo probeert hij zijn vertrouwen in de toekomst levend te houden. “We zijn aan de winnende hand,” sprak hij hoopvol. “Dit kan niet altijd zo door blijven gaan. Steeds meer landen in Europa worden kritischer ten opzichte van Israël. En steeds meer oud-soldaten uit het leger sluiten zich aan bij ‘Breaking the Silence’. Dan moet het toch een keer goedkomen?”

Een afgesloten straat in Hebron
Beschermende netten boven de straat (als je omhoog kijkt zie je de huizen van de kolonisten)
Beschermende netten boven de straat (als je omhoog kijkt zie je de huizen van de kolonisten)
De wijnranken waren stuk voor stuk doorgeknipt. Gelukkig konden de bomen gered worden door de wortels aan de takken vast te knopen.

De wijnranken waren stuk voor stuk doorgeknipt. Gelukkig konden de meeste bomen gered worden door de wortels aan de takken vast te knopen.

Advertenties

Responses

  1. Ik lees je verhalen met grote interesse, maar krijg nog geen idee wat nu jouw taak hier is.
    ma

  2. allemachtig wat heb jij je in een wespennest begeven heb erg veel bewondering dat je dit allemaal documenteert en beschrijft. zal met grote interesse je verhalen volgen
    groetjes bas


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: