10. Nabestaande van Palestijnse shovelaanslag

Eergisteravond was ik in Jeruzalem. Ik had mijn fotocamera bij de joodse familie van Rosh Hashana laten liggen, dus mijn missie was om die op te halen. Ik wilde echter ook nog even langs het centrale busstation om bustijden uit te zoeken, maar ik wist niet hoe ik moest lopen. Daarom vroeg ik op een gegeven moment de weg aan een oudere man die passeerde.

In gesprek met een joodse Jeruzalemmer

Die man was hogelijk verbaasd dat ik te voet op weg was naar het busstation. Dat was namelijk nog minstens vier kilometer lopen – dus dan word je geacht een taxi te nemen. Waar ik natuurlijk geen zin in had. We maakten even een praatje. Natuurlijk wilde hij weten hoe vaak ik al in Israël was geweest, waar ik verbleef, enzovoorts. Tja – toen liet ik mijn eigen minibom ontploffen door te vertellen dat ik op de Westoever woonde. “Wat doe je daar dan!”  Eh… tja, vrijwilligerswerk voor Palestijnen. “Maar is het daar niet gevaarlijk!”  Nee. Integendeel. Ik voel me daar veilig, ook ’s avonds, omdat ik weet dat iedereen altijd een oogje in het zeil houdt. Als ik om hulp zou roepen, zou er binnen vijf minuten iemand z’n huis uit komen rennen om te kijken wat er aan de hand was.

Toen was de conclusie van de man als volgt:” Tja, jij bent ook een buitenlandse. Jou zouden ze niet zo snel wat aandoen. Maar voor Israëliërs is het daar echt bloedlink.” Dat was iets wat ik me al langer afvroeg. Ik heb er met veel Palestijnen over gesproken wat er zou gebeuren als de muur weer openging. In hoeverre er Palestijnen zouden zijn die wraak wilden nemen op Israëliërs. Er zijn immers veel Palestijnse families die voor het leven getekend zijn door het verlies van familieleden; of familieleden hebben die jarenlang zonder enige vorm van proces in de gevangenis hebben gezeten (soms tot op de dag van vandaag), al dan niet met mishandeling; of die vernederd zijn bij een checkpoint. Ik kan me voorstellen dat er een beerput aan wraaklust open zou gaan als Palestijnen de gelegenheid zouden krijgen om Israëliërs ‘terug te pakken’.

Van vele kanten is mij echter bezworen dat dat absoluut niet het geval is. Wat de Palestijnen willen is vrede, een normaal leven, en het allerbelangrijkste: een toekomst voor hun kinderen. Dat lijkt voor iedereen hier de belangrijkste prioriteit te zijn.

“Picknickende Palestijnen zijn gevaarlijk!”

Die joodse man kon zich daar niets bij voorstellen. Hij was ervan overtuigd dat alle Palestijnen de joden uit de weg wilden ruimen. Hij vertelde dat in het weekeinde vaak Palestijnen naar het park bij hem in de buurt kwamen. “Dan maken wij joden dat we wegkomen!” Ik vroeg waarom. “Gewoon, omdat het anders veel te gevaarlijk is.” Ik vroeg hem wat voor mensen dat dan waren. Jongeren? Of bijvoorbeeld gezinnen met kinderen? “Het zijn hele families die daar gaan picknicken.”

Ik vroeg die man of hij werkelijk dacht dat Palestijnse families over zouden gaan tot geweld tegen joden als ze met hun kleine kinderen in het park zaten te picknicken. Want misschien was het ook wel zo dat ze gewoon wilden genieten van de zon en het mooie weer en het lommerrijke groen? Die man z’n antwoord was duidelijk: je kon als jood absoluut het risico niet nemen. Hij voegde eraan toe dat er natuurlijk ook goede Arabieren bestonden. Hij kende er via z’n werk zelf een paar. Maar hij zou nooit naar het park gaan als de Arabieren daar zaten.

De shovelaanslag in Jeruzalem

Toen vertelde hij een ander verhaal. “Mijn kinderen haten Arabieren.”  Ik vroeg hoe dat kon. Dat zat zo. Een aantal jaren geleden was hij van zijn vrouw gescheiden. Begin juli zat zijn ex-vrouw samen met een andere vrouw in de auto in de buurt van de oude stad, toen er een Palestijn met een shovel op hen inreed. Deze gebeurtenis haalde de wereldpers. Zijn ex-vrouw was één van degenen die overleed.

Toen ik dat hoorde, viel ik even helemaal stil. Wat kon ik hierop zeggen? Ik kon me voorstellen dat er intense gevoelens van woede en machteloosheid en verdriet door hem heenraasden. En dan had ik het nog niet over zijn kinderen, die begin twintig waren.

Kun je van mensen die zoiets hebben meegemaakt verwachten dat ze het hoofd koel houden en niet vluchten in blinde haat? Misschien dat ze over twintig jaar met andere ogen naar hun Arabische medemens kunnen kijken. Maar hoe zal het tot die tijd zijn? Hoe zullen zijn kinderen zich gedragen tijdens hun – verplichte – dienstplicht, wanneer ze bewapend zijn en zich in een machtspositie bevinden? In hoeverre zullen ze hun pijn en verdriet en frustraties koelen op Palestijnen die niets met die shovelaanslag te maken hebben? En wat voor keten van geweld zou dat weer op kunnen roepen?

…Een lange weg

Volgens de joodse traditie wordt er een week lang gerouwd door de nabestaanden als er iemand overleden is. Familieleden en vrienden komen dan op bezoek om samen te zijn.

Die man vertelde dat een Arabische kennis van hem ook langs wilde komen. “Maar ik heb gezegd dat ik dat niet wilde.” Ik vroeg hem wat de reden daarvan was. Die man kon zich nauwelijks voorstellen dat ik die vraag stelde. “Hij was een Palestijn! Wat had een Palestijn op dat moment bij mijn familie te zoeken? Dat kon toch niet voor mijn kinderen.” Hij herhaalde nogmaals:”Het was een Palestijn!”

Ik vroeg hem wat dat voor hem betekende. Dat kon hij niet verwoorden. Het enige wat er uitkwam was dat het een landgenoot was van degene die zijn ex-vrouw had vermoord. Ik vroeg hem voorzichtig wat er zou gebeurd als die man wel was gekomen. Hoe zou dat voor zijn kinderen zijn geweest? Waren ze dan kwaad geworden? Of verdrietig? Waarom wilde hij hen die confrontatie besparen?

Dat kon die man niet onder woorden brengen. Het enige wat hij wist was dat dat absoluut niet goed zou zijn geweest. Ik suggereerde dat die Palestijnse kennis misschien juist zijn medeleven wilde tonen. Dat die man het ook verschrikkelijk vond dat dit was gebeurd. Dat hij dat wilde laten blijken. Dat het misschien wel waardevol voor zijn kinderen kon zijn om te ervaren dat ook een landgenoot van die moordenaar deze daad niet kon begrijpen.

Maar het landde in de verste verte niet. Deze man was niet te bereiken voor een ander perspectief. En ik kon me daar eerlijk gezegd ook wat bij voorstellen. Want als je zoiets hebt meegemaakt – hoe kun je dan oog blijven houden voor nuances in de realiteit?

Deze ontmoeting stemde me somber. Hoe moet het verder met dit land, als er aan beide zijden deze verhalen zijn? Hoe kunnen mensen dan ooit nader tot elkaar komen? De vrede heeft nog een lange weg te gaan…

Advertenties

Responses

  1. Lieve Sytske,

    Wat een zoektocht naar bustijden al niet op kan leveren aan verhalen. Ik vind het bijzonder knap dat je met iedereen het gesprek aangaat, ook al was je slechts op zoek naar de bushalte. Je interesse in onze medemensen en hun verhalen vind ik bewonderingswaardig.

    Van jouw verhalen leer ook ik weer meer. Dankjewel voor de inzichten die je ons keer op keer weer geeft.

    Succes met alles en nog veel bijzondere ontmoetingen toegewenst!

    Lieve groet,

    Renate

  2. Hoi Sytske,

    Wat beleef jij veel zeg aan de andere kant van de wereld voor ons! Wij wensen je nog een hele mooie tijd toe, genieten hoor. Vanuit het warme hart van Afrika ook een groet van Maartje.

    Lieve groet,

    Mieke

  3. Mooi verhaal… goed dat dat OV daaro geen 9292 heeft en dat je naar ’t busstation moet om te weten hoe laat er misschien wel een bus gaat… zo maak je nog eens wat mee.

    Ben natuurlijk alsnog benieuwd of je de juiste bus hebt weten te vinden 😉


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: